Het principe van de loodzwavelzuurbatterij
Het doel van een batterij is het opslaan van elektrische energie, zodat deze op elk willekeurig ogenblik kan worden gebruikt. Hiertoe wordt energie in de vorm van elektriciteit aan de batterij toegevoegd (geladen), welke energie weer in dezelfde vorm daaraan wordt onttrokken. Hieronder staan zeven vragen met antwoorden over batterijen.
1) Wat is een batterij?
Een batterij bestaat uit een aantal accucellen, welke alle volkomen gelijk zijn. In deze cellen bevinden zich twee soorten platen; de positieve en de negatieve, welke zijn ondergedompeld in een oplossing van in gedistilleerd verdund zwavelzuur, het zg. elektroliet.
2) Wat gebeurt er in een cel tijdens het ontladen?
Wanneer een cel wordt ontladen, ontstaat er een stroom, doordat het zuur van het electroliet zich bindt met het materiaal, waaruit de pasta van de plaat bestaat, tot loodsulfaat, terwijl water vrijkomt. De totale hoeveelheid vloeistof in de cellen blijft echter nagenoeg gelijk en dus ook de vloeistofhoogte. Het zuurgehalte in het electroliet vermindert echter, hetgeen is te constateren aan de verandering van het s.g. Naar mate het zuurgehalte in het electroliet afneemt, wordt het s.g. daarvan lager. Dit s.g. kan een maatstaf zijn voor ladings- of ontladingstoestand van de batterij. Door het s.g. te meten met de zuurweger, kan men dus vaststellen in hoeverre een batterij geladen cq. ontladen is.
3) Wat gebeurt er in een cel tijdens het laden?
Tijdens het laden vindt het omgekeerde plaats als bij het ontladen, doordat electrische stroom wordt toegevoerd in richting tegengesteld aan die bij het ontladen; hierdoor vindt wederom een chemische reactie plaats, waarbij uit het loodsulfaat van de platen zwafelzuur wordt gevormd, dat in de vloeistof in oplossing gaat en het s.g. doet toenemen. Dit is weer te meten met een zuurweger. Bovendien wordt tijdens het laden het water ontleed in waterstof en zuurstof, welke gassen in een bepaalde verhouding een explosief mengsel kunnen vormen. In verband hiermede is het dus duidelijk, waarom de aanwezigheid van open vuur en vonken in de nabijheid van een batterij tijdens het laden zeer gevaarlijk kan zijn.
4) Wanneer wordt ontladen schadelijk voor de platen?
Zoals uit voorgaande antwoorden blijkt is het s.g. van het electroliet, behoudens afwijkingen, een maatstaf voor de ladingstoestand. Bij een electroliet temperatuur van 15 C en een juist zuurniveau (6mm. boven de spatplaat) geldt voor de baterij; Ontladen Half-geladen Geladen s.g. 1.130 s.g. 1.200 s.g. 1.260/1.275 LET OP: Dieper ontladen dan het minimum s.g.1.130 is schadelijk voor de platen!
5) Hoe kan het zuurniveau dalen?
Zoals uit bovenstaande blijkt gaat, wanneer er tenminste niet gemorst wordt, nooit zuur uit de accu verloren, zodat dirt gedurende de gehele levensduur van de batterij niet aangevuld behoeft te worden. Daar echter trijdens het laden water ontleed wordt en als gas ontwijkt en er bovendien ook door verdamping nog iets verloren gaat, dient toch regelmatig het zuurniveau gecontroleerd te worden en eventueel gecorrigeerd door toevoegen van van gedestileerd water. Elke andere vloeistof dan gedisteleerd water is zeer schadelijk voor de batterij, omdat er een ngrote reeks van onzuiverheden, een funeste invloed hebben op het plaatmateriaal. Wanneer toch vreemde stoffen in het electroliet worden aangetroffen zal de totale garantie vervallen.
6) Hoe kan ik het beste de batterij opladen?
In principe kan dit op twee manieren geschieden, namelijk: lading en ontlading vinden gelijktijdig plaats. Men spreekt hierbij van bufferlading, zoals in auto's en schepen. Bij toepassing van deze laadmethode moet de dynamo voorzien zijn van een spaningsregelaar, waarmee de laadspanning onafhankelijk van de belasting constant wordt gehouden. Deze spanningsregelaar moet ingesteld zijn op een spanning, overeenkomstig met 2.30-2.35 volt per cel van de batterij. Krijgt de batterij te weinig lading dan moet de spanningsregelaar wat hoger ingesteld worden, echter niet hoger dan 2.40 volt per cel. Bij voorkeur moet de batterij tijdens gebruik tussen 3/4 en nagenoeg vol geladen blijven (s.g. tussen 1.240-1.275).Er moet gestreeft worden naar evenwicht tussen lading en ontlading. Een voortdurend hoog s.g. en veel waterverbruik wijst op overlading. Te weinig lading blijkt uit een laag s.g. (meestal lager dan 1.240) en daling van de batterijspanning. Er wordt afwisselend geladen en ontladen. De lading moet gegeven worden met de stromen als vermeld bij a). Zodra in de cellen gasontwikkeling optreedt moet de lading worden voortgezet met de eindlaadstroom. De batterij is voldoende geladen, wanneer de cellen gassen en het s.g. gedurende een uur niet meer is toegenomen. Het s.g. heeft dan een waarde tussen de 1.260 en 1.275.
7) Waar moet ik beginnen met zoeken bij een storing?
Indien het soortelijk gewicht van het electroliet in de batterij laag is, doch in alle cellen gelijk, controleer dan de dynamo en de v-snaar of overbrengingsriem. Een slippende v-snaar kan de oorzaak zijn wanneer de laadstroom afgegeven door de generator de batterij niet bereikt. Dan de spanningsregelaar: is deze niet juist afgesteld, dan dient dit zo spoedig mogelijk door een terzake kundige vakman te gebeuren. Meet de spanning altijd op de klemmen van de batterij! De verbindingen tussen de dynamo en de batterij en tussen de delen der batterij. Eventuele overgangsweerstanden, welke optreden ten gevolge van losse verbindingen, verhinderen een goed functioneren van de batterij. Indien de soortelijke gewichten in de cellen van de batterij onderling sterke verschillen vertonen dan is dit een aanwijzing dat de batterij versleten is en dat er zuur verloren is gegaan tijdens het laden.
Bron: o.a Accuhandel-Utrecht
Kijk hier voor informatie over Accu, dynamo of toch lekstroom 
U laat de accu van uw auto liever door een erkende garage/monteur controleren of vervangen? kijk op reparatiebuddy.nl 
|